Abraham, Belangrijk Nieuws, bidden, Bijbelteksten, Gebed, Koning David, Levenstijl, Oud en Nieuw Testament

Het Jodendom en Christendom


Geloof de Thora-Bijbel

De Thora in de Bijbel

In de Bijbel wordt vaak verwezen naar de Thora. Een paar voorbeelden:

Deuteronomium 32:46,47
Neem al de woorden waarmee ik u heden waarschuw, ter harte, zodat u uw kinderen gebiedt al de woorden van deze wet nauwlettend te houden. Want het is geen woord zonder inhoud voor u, maar het is uw leven.
Psalm 119:1
Gelukkig wie de volmaakte weg gaan en leven naar de wet van de Heere.
Psalm 119:42
Uw gerechtigheid is gerechtigheid voor eeuwig, Uw wet berust op waarheid.

Wat voor christenen opvalt is dat in deze drie teksten de Thora wordt vergeleken met de weg, de waarheid en het leven. Dit is precies wat de Heere Jezus over Zichzelf zei.

In Johannes 1 wordt Jezus ook het ‘vleesgeworden Woord’ genoemd, wat ook een vergelijking is met de Thora.

De Thora vormt een onderdeel van de Tenach (wat christenen het ‘Oude Testament’ noemen) en uiteraard ook de christelijke Bijbel.

Het is een diep ingewortelde vooronderstelling van christelijke uitleggers, dat Jezus radicaal met het Jodendom en zijn omgang met de Thora gebroken zou hebben. Op voorhand al wijs ik die gedachte ten stelligste af.

Er is de laatste decennia natuurlijk ook veel studie verricht, die aantoont dat Jezus niet te verstaan is zonder zijn verworteling in Israël en het Jodendom. Toch blijken vooronderstellingen heel diep te zitten. De geest van christelijke hoogmoed ten opzichte van Israel, waar Paulus zo tegen waarschuwt in Romeinen 11 blijkt hardnekkig; hij manifesteert zich o.a. telkens weer in stereotiepen als wettisch in de betekenis van legalistisch en formalistisch Jodendom tegenover de genadeboodschap van het christendom: in het Jodendom de drukkende last van de wet, in de kerk het evangelie van bevrijdende genade. In ieder geval treft het mij telkens weer hoe vanzelfsprekend superieur christenen het Jodendom bejegenen. De vraag naar Jezus en de Thora blijft dus actueel.

De Bergrede
Toegespitst komt die vraag naar ons toe bij de bestudering van de Bergrede. Is het waar dat in dit ‘magna charta’ van de prediking en het onderwijs van Jezus zijn breuk met het Thora-Jodendom heel pregnant wordt?

“Het is Jezus’ hoogste ambitie de Thora te volbrengen. Zelfs tot in de kleinste details: de titel en de jota; het kleinste leesteken en de kleinste letter.”

Lapide, een bekende Joodse theoloog en journalist, die veel studie heeft gemaakt van het Nieuwe Testament en het christendom, vertelt van een uitnodiging die hij kreeg voor een conferentie van een katholieke academie over de Bergrede, waarin als lokkertje werd aangegeven dat Jezus, de ‘wettische godsdienst van het Jodendom uit zijn voegen heeft gelicht. Dit vormt de aanzet tot de bevrijdende boodschap van het Nieuwe Testament, die niets meer gemeen heeft met de angsten en dwangmatigheden van een legalistische en formalistische religie’.

Jezus heeft, volgens vele uitleggers niet alleen met het Jodendom, maar zelfs met de Thora gebroken, althans met de Thora zoals die functioneert in de traditie van Israël. Dat hoort allemaal bij het ‘Oude Verbond’; nu wij in de situatie van het ‘Nieuwe Verbond’ leven heeft het oude afgedaan, inclusief de wet. Als Paulus stelt, dat Jezus het ‘einde van de wet is’ (Romeinen 10:4), of, in nieuwere vertalingen, het ‘doel’ van de wet, dan moet dat toch wel betekenen, aldus de gangbare gedachte hierbij, dat het doel werd bereikt en dus het einde was gekomen toen Jezus zijn werk volbracht.

Alle intensieve bezig zijn met de Thora zoals de Joodse traditie die zo indrukwekkend laat zien moet dan toch wel op zijn minst een terugval in achterhaalde patronen zijn, zo niet vijandschap en verzet tegen de ware bedoelingen van God. Thora-Jodendom is een fossiel dat zichzelf sinds Jezus Christus allang overleefd heeft.

Ontbinden of vervullen
Ik vind het eigenlijk verbijsterend, dat blijkbaar het toch zo duidelijke woord van Jezus zelf zo weinig gefunctioneerd heeft. Ik bedoel zijn uitspraak in Matteüs 5:17: “meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om die te ontbinden maar te vervullen”.

De NBV vertaalt: ‘Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen’. Dat laat toch aan duidelijkheid niets te wensen over: Jezus breekt niet met de Thora, maar als wetsgetrouwe Jood, staande in de traditie van Zijn volk, is het Zijn hoogste ambitie de Thora te volbrengen. Zelfs tot in de kleinste details: de titel en de jota; het kleinste leesteken en de kleinste letter.

Vraag de Heere of Zijn kerk mag zien hoe waardevol Zijn Thora is.Meer gebedspunten Heel het samenstel van de Thora moet om zo te zeggen intact blijven, alle letters en leestekens hebben hun betekenis. Zolang de schepping stand houdt heeft de Thora haar betekenis: zolang de hemel en de aarde bestaan blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn (vers 18).

Flusser wijst hierbij op de rabbijnse overtuiging, dat de Thora wordt beschouwd als een kosmische macht. Rabbi Elazar heeft gezegd: ‘zonder de Thora zouden hemel en aarde niet bestaan’. ‘Evenzo bestaan er rabbijnse parallellen voor het belang van de haakjes (tittels) en de jota (Jod), de kleinste letter uit het alfabet, die niet zonder moreel gevaar uit de Thora van Mozes kunnen worden verwijderd’.

Jezus heeft dus in de verste verte niet de bedoeling, om de Thora krachteloos te maken of als verouderd te beschouwen; integendeel: Hij vervult en volbrengt haar en brengt zo de ware en diepe betekenis van de Thora aan het licht.

Flusser geeft ‘vervullen’ weer met ’oprichten’: Jezus richt de Thora op; daarbij verwijst hij naar het gangbare rabbijnse spraakgebruik als het gaat over de uitleg van de Thora: wie de Thora verkeerd interpreteert ‘ontbindt’ het woord van de Thora, wie de juiste interpretatie geeft ‘vervult’ het woord of ‘richt het op’.

Jezus kan dus alleen maar de bedoeling hebben de Thora niet alleen volstrekt serieus te nemen, maar ook intensief te zoeken naar de juiste interpretatie van de Thora om haar zo te vervullen en op te richten, en dat doet Hij geheel in de lijn van de Joodse traditie!

 

Abraham
Abraham, ook wel Awraham (Joodse benaming) genoemd, komt onder andere voor in de Tenach van de Joden. Hij wordt gezien als de aartsvader van het volk Israël.

Wat is het verhaal van Abraham?
Abram was getrouwd met Sarai. Sarai kon geen kinderen krijgen, om deze reden verwekte Abram een kind bij hun slaaf Hagar.
Hij noemde zijn zoon Jishma’el, hij werd aartsvader van de moslims. Op een nacht wordt Abram in zijn slaap aangesproken door God:
“Ik zal met jou een verbond aangaan en je zeer veel nakomelingen geven. En
je zult de stamvader worden van vele volkeren. Daarom heet je niet langer Abram,
maar
 Abraham. En je vrouw heet niet langer Sarai, maar Sara. En ik zal haar vruchtbaar maken.”
Samen met zijn vrouw Sara krijgt hij een zoon, Jitschak. Jitschak wordt aarstvader van de Joden.
Abraham wordt nog een keer aangesproken door God, God verteld hem dat hij Jitschak moet offeren om te laten zien dat hij echt van God houdt. Abraham wilt dit doen, maar hij wordt tegengehouden door een engel die gestuurd is door God. De engel vertelt hem dat God nu weet dat Abraham van hem houdt. Als dank gaat God abraham en de mensen na hem beschermen, deze afspraak wordt het verbond genoemd.

David (Hebreeuws: דָּוִד, דָּוִיד, “lieveling”; Arabisch: داوود of داود Dāwūd, c. 1040 v. Chr. tot 970 v. Chr.) was volgens de Hebreeuwse Bijbel de tweede koning van het Verenigd Koninkrijk Israël, stamvader van het Judese koningshuis, het huis van David, dat tot de zesde eeuw v.Chr. in Jeruzalem aan de macht zou blijven. Hij regeerde veertig jaar van c. 1010 v. Chr. tot c. 970 v. Chr., waarvan zeven over Juda vanuit Hebron en 33 over het verenigde koninkrijk Israël vanuit Jeruzalem. Volgens de evangelies van Matteus en Lucas was hij via Jozef een voorouder van Jezus.

Hij wordt beschreven als een rechtvaardige koning, hoewel hij niet foutloos was, een gewaardeerd krijger, muzikant en dichter, aan wie traditioneel vele Psalmen worden toegeschreven. David is een zeer belangrijk persoon binnen het jodendom en christendom. In het jodendom is David of David HaMelekh de koning van Israël en de Joden en een voorvader van de Messias.

Wat zijn menselijke afstamming betreft, vinden wij twee geslachtsregisters van de Heer Jezus.

  • Matth. 1 :1-17: de wettelijke lijn van Jezus’ afkomst uit David, als, door Jozefs huwelijk met Maria, de wettige zoon en erfgenaam van Jozef, die uit Davids zoon Salomo was.
  • Luk. 3 :23-38: De natuurlijke lijn van Jezus’ afkomst uit David, door Maria, uit Davids zoon Nathan.

Luk. 3 :23 moet aldus gelezen worden: “En Hij, Jezus, begon ongeveer dertig jaar oud te worden, en was de zoon (naar men meende van Jozef) van Eli”. Omdat Maria een dochter van Eli was, wordt Jezus hier de zoon, dat is de kleinzoon, van Eli genoemd.

Mattheüs begint het wettelijke geslachtsregister met ‘Jezus Christus, Zoon van David, Zoon van Abraham’. Mattheüs gaat terug tot Abraham, de stamvader van het volk Israël. Lucas eindigt het natuurlijke geslachtsregister met ‘van Adam, van God’. Hij gaat helemaal terug tot de eerste mens, Adam, die door God is geschapen.

Hieronder wordt het voorgeslacht van de Heer Jezus weergegeven, te beginnen met Adam en Eva. Bij David en Bathseba ontstaan twee geslachtslijnen, die van Jozes via Davids zoon Salomo, en die van Maria via Davids zoon Nathan. De lijn van David tot Maria telt meer geslachten dan de lijn van David tot Jozef en staat in onderstaand schema rechts.

Zeventien verzen in het Nieuwe Testament beschrijven Jezus als de “Zoon van David”. Maar de vraagt rijst hoe Jezus de Zoon van David zou kunnen zijn, als David zo’n 1000 jaar vóór Jezus leefde? Het antwoord is dat Christus (de Messias) de vervulling was van de profetie over de nakomelingen van David (2 Samuel 7:14-16). Jezus was de beloofde Messias, hetgeen betekende dat Hij een nakomeling van David was. Matteüs 1 verschaft het genealogische bewijs dat Jezus, in Zijn menselijkheid, een directe afstammeling van David was via Jozef, de wettige vader van Jezus. De genealogie in hoofdstuk 3 van Lucas geeft de bloedlijn van Jezus via Zijn moeder, Maria en haar vader, Eli. Jezus is een afstammeling van David middels de adoptie door Jozef, en als bloedverwant via Maria. Maar wanneer Christus de Zoon van David genoemd wordt, wordt in de eerste plaats verwezen naar Zijn Messiaanse titel zoals in het Oude Testament over Hem geprofeteerd.

Jezus werd meerdere malen aangesproken met “Heer, Zoon van David” door mensen die, in geloof, genade of genezing zochten. De vrouw wiens dochter door een kwade geest bezeten werd (Matteüs 15:22), de twee blinden langs de weg (Matteüs 20:30) en de blinde Bartimeüs (Marcus 10:47) riepen allemaal naar de Zoon van David om hulp. De eretitels die zij Hem gaven bevestigden hun geloof in Hem. Door Hem “Heer” te noemen gaven zij uiting aan hun besef van Zijn Goddelijkheid, heerschappij en macht, en door Hem “Zoon van David” te noemen, verkondigden zij dat Hij de Messias was.

De Farizeeën begrepen ook wat er bedoeld werd toen het volk Jezus de “Zoon van David” noemde. Maar anders dan de mensen die in geloof riepen, waren zij zo verblind door hun eigen trots en gebrek aan begrip van de Schrift dat zij niet konden zien wat de blinde bedelaars wel zagen, namelijk dat daar de Messias was waar ze zogenaamd al hun hele leven op hadden gewacht. Zij haatten Jezus omdat Hij hen niet de eer wilde geven die zij dachten te verdienen. Dus toen ze hoorden dat het volk Jezus als de Verlosser uitriep, werden ze woest (Matteüs 21:15) en spanden samen om Hem uit de weg te ruimen (Lucas 19:47).

Jezus bracht de schriftgeleerden en Farizeeën nog verder in verwarring door hen te vragen of zij de betekenis van juist deze titel konden uitleggen. Hoe kan het zijn dat de Messias de Zoon van David is als David zelf Hem “mijn Heer” noemt (Marcus 12:35-37)? Natuurlijk konden de wetgeleerden die vraag niet beantwoorden. Jezus ontmaskerde daarmee de ongeschiktheid van de Joodse leiders als leraren en hun onwetendheid over de leer van het Oude Testament over de ware aard van de Messias. Daardoor vervreemdden ze nog verder van Hem.

Jezus Christus, de enige Zoon van God en de enige weg naar de verlossing van de wereld (Handelingen 4:12), is ook de Zoon van David, zowel in lichamelijke als in geestelijke zin.

Jezus_voorgeslacht

via Mnemonic

Wij zouden het ten zeerste waarderen indien U hier beneden een reactie zou willen plaatsen. Dankuwel. Let wel geef enkel comentaar omtrent de inhoud van de site. Persoonlijke opmerkingen of vragen kunnen via het contactformulier. OPGELET, vanaf vandaag 27/01/2018 worden de spelregels voor het reageren aangepast. Iedereen, Gelovig of niet mag hier een reactie plaatsen. Persoonlijke aanvallen worden evenwel NIET geduld. Heeft U een negatieve opmerking? Zeg dan hoe dat je dit op jezelf toepast, NIET hoe een ander het moet doen. Bij niet naleving, wordt de reactie onmiddellijk naar de prullenbak verwezen

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s